Mentoraat

Mentoraat op CLZ

Wat kunnen ouders en leerlingen van een mentor verwachten, en wat verwacht de school van de ouders?

De rol van de mentor: de mentor heeft speciale aandacht voor het welbevinden van de individuele leerling en voor de klas als geheel en is in deze het eerste aanspreekpunt. Verder heeft de mentor een actueel beeld van de vorderingen en prestaties van de leerling.

1. contact met ouders:
• Bij de start van het schooljaar is er voor ieder leerjaar een informatieavond, waarop de ouders kennis kunnen maken met de mentor. Tijdens die informatieavond overlegt de mentor met de ouders over de wijze waarop contact met thuis onderhouden kan worden (mail, telefoon).
• De mentor neemt contact op met de ouders indien er serieuze problemen (lijken te) zijn (zie punt 4).
• De school biedt ouders de gelegenheid om met de mentor te spreken. De ouders kunnen hiertoe uitgenodigd worden door de mentor, of zelf een gesprek aanvragen.
• Ouders nemen contact op met de mentor over zaken die zij belangrijk achten voor het functioneren van leerlingen op de school.

2. de klas als groep:
• De mentor is de eerste dag van de cursus aanwezig om zijn/haar klas en de eventuele nieuwe leerlingen daarin op te vangen.
• In overleg met de klas organiseert de mentor van een onderbouwklas (zo mogelijk) twee klassenactiviteiten per jaar. Voor de bovenbouw worden er eventueel dergelijke activiteiten georganiseerd in overleg met de klas.
• De mentor is aanwezig op de rapportvergaderingen en informeert zijn/haar klas over de wijze waarop de uitslag van de overgangsvergadering bekendgemaakt wordt.

3. resultaten van de individuele leerling:
• Mentoren verwachten dat ouders op de hoogte zijn van de resultaten van hun kind. Ouders kunnen via het ‘leerling-en ouderportal’ op de website van onze school de door hun kind behaalde cijfers inzien.
Wij rekenen erop dat ouders de leerresultaten regelmatig met hun kind bespreken. Als daar aanleiding toe is, gaan wij er vanuit dat de ouders contact opnemen met de mentor of met de vakdocent.
• ·Als ouders vragen of zorgen hebben t.a.v. een bepaald vak, nemen zij contact op met de betreffende vakdocent. Indien voor een kwestie tussen ouders en een vakdocent geen bevredigende oplossing gevonden wordt, kan contact gezocht worden met de mentor; in laatste instantie met de teamleider.

4. problemen:
. Als de mentor signalen ontvangt t.a.v. leerpsychologische, sociaal-emotionele of psychiatrische problematiek, geeft hij/zij dit signaal door aan de ouders. De mentor bespreekt met de ouders welke stappen zij op dit punt kunnen ondernemen. Indien de mentor dit noodzakelijk acht stelt hij/zij de teamleider in kennis. Deze kan, in overleg met de ouders, de zorgcoördinator van de school consulteren. De zorgcoördinator kan, eventueel na overleg met betrokken instanties, behulpzaam zijn bij het zoeken naar passende professionele hulp.

. Indien de mentor signalen van vakdocenten opvangt ten aanzien van het niet-bij-zich hebben van boeken/schriften of het niet-maken van huiswerk, bespreekt de mentor dit met de leerling. Indien dit gedrag voortduurt geeft de mentor deze signalen door aan de ouders.

5. absentie
. Bij kortdurende absentie dient een leerling zelf de gemiste stof in te halen en zich op de hoogte te stellen van het huiswerk voor de eerstkomende les.
. De ouders nemen in geval van ernstige ziekte of langdurige absentie (meer dan een week) contact op met de mentor. De mentor informeert de vakdocenten.
. Als er sprake is van frequente of langdurige absentie is de mentor hiervan op de hoogte en bespreekt dit met de leerling. In overleg met de teamleider worden bij ongeoorloofd verzuim passende maatregelen genomen.

6. mentoruur
. In de eerste vier leerjaren (met uitzondering van 4T) hebben de leerlingen wekelijks een mentoruur. In klas 1 en 2 staat dit in het rooster als ‘sb’ (studiebegeleiding). In klas 3 en 4H is dit uur in het rooster aangeduid als ‘me’ (Mentoruur). Dit uur wordt in klas 1 en 2 vrijwel altijd klassikaal ingevuld. In klas 3 , 4H en 4V staat het mentoruur wel ingeroosterd (bij 4H/V wordt dit uur ingeroosterd mits het rooster dit toelaat; dit kan per periode verschillen), maar zal de mentor het af en toe, zeker in de tweede helft van het schooljaar, gebruiken voor individuele gesprekken met mentorleerlingen. In klas 4T, 5 en 6 is sprake van individueel mentoraat.