Examenreglement VMBO/HAVO/VWO

 

Examenreglement 2016-2017

Uitslagregels

 

Slaag/zak-regeling 2016-2017

De regeling vmbo

De kandidaat die eindexamen vmbo-t heeft afgelegd, is geslaagd indien:

  • het gemiddelde cijfer van de vakken behaald tijdens het Centraal Examen 5,5 is of hoger;
  • hij voor het vak Nederlands als eindcijfer niet lager dan het cijfer 5 heeft behaald.
  • hij voor elk vak als eindcijfer een 6 of hoger heeft behaald; of
  • hij voor slechts één vak als eindcijfer een 5 heeft behaald en voor de andere vakken een 6 of hoger; of
  • hij voor twee vakken als eindcijfers een 5 heeft behaald, voor de andere vakken een 6 of hoger en dit compenseert met één compensatiepunt; of
  • hij voor één vak als eindcijfer een 4 heeft behaald, voor de andere vakken een zes of hoger en dit compenseert met één compensatiepunt;

Ook moet hij de rekentoets gemaakt hebben en voor lichamelijke opvoeding, het kunstvak uit het gemeenschappelijke deel en het sectorwerkstuk in de gemengde en theoretische leerweg een voldoende hebben behaald. Een kandidaat kan niet zakken op een extra vak.

De regeling havo en vwo

1.
De kandidaat die eindexamen vwo of havo heeft afgelegd, is geslaagd indien

  • het gemiddelde cijfer van de vakken behaald tijdens het Centraal Examen 5,5 is of hoger;
  • hij voor elk vak als eindcijfer een 6 of hoger heeft behaald; of
  • hij voor slechts één vak als eindcijfer een 5 heeft behaald en voor de andere vakken een 6 of hoger; of
  • hij voor twee vakken als eindcijfers een 5 heeft behaald, voor de andere vakken een 6 of hoger en dit compenseert met één compensatiepunt; of
  • hij voor één vak als eindcijfer een 4 heeft behaald, voor de andere vakken een 6 of hoger en dit compenseert met één compensatiepunt.

2.
voor een kandidaat vwo: hij ten hoogste één 5 als eindcijfer voor de kernvakken Nederlands, Engels, wiskunde A, B of C of de rekentoets heeft gescoord en voor de andere kernvakken een 6 of hoger heeft behaald.  Een leerling is dus gezakt als
a) er meer dan één 5 voor deze vakken wordt gescoord;
b) er een 4 of lager voor één of meerdere van deze vakken wordt gescoord.
voor een kandidaat havo: hij ten hoogste één vijf als eindcijfer voor de kernvakken Nederlands, Engels, wiskunde A of B of  C heeft gescoord en voor de andere kernvakken een 6 heeft behaald. Voor leerlingen zonder wiskunde geldt dat ten hoogste één 5 voor Nederlands of Engels behaald mag worden. Een leerling is dus gezakt als
a) er meer dan één 5 voor deze vakken wordt gescoord;
b) er één 4 of lager voor deze vakken wordt gescoord.

3. De vakken culturele en kunstzinnige vorming, lichamelijke opvoeding  en levensbeschouwing van het gemeenschappelijk deel van elk profiel zijn beoordeeld als ‘voldoende’ of ‘goed’.

4. Bovendien geldt: bij de uitslagbepaling wordt het gemiddelde van de eindcijfers van de volgende onderdelen aangemerkt als het eindcijfer van één vak. Op het vwo de eindcijfers van de vakken: maatschappijleer, algemene natuurwetenschappen en het profielwerkstuk. Op het havo de eindcijfers van de vakken: maatschappijleer en het profielwerkstuk
Dit “combinatiecijfer” wordt gevormd door het rekenkundig gemiddelde van de afgeronde eindcijfers van de samenstellende onderdelen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.

Let op: om te slagen moet je dus aan alle eisen voldoen! Als je aan één van de eisen niet voldoet, ben je gezakt.

Hoe wordt je eindcijfer berekend?
Het eindcijfer van een vak is het gemiddelde van het schoolexamencijfer (SE) en het centraal examencijfer (CE), afgerond op een geheel cijfer. Als het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, wordt het eindcijfer naar beneden afgerond. Een 5,49 is dus een 5. Als het eerste cijfer achter de komma een 5 of hoger is, wordt het eindcijfer naar boven afgerond. Een 5,50 is dus een 6. Als er voor een vak geen centraal examen is, dan is het cijfer van het schoolexamen ook het eindcijfer.

Wanneer telt wiskunde mee voor de kernvakkenregel?
In het rijtje vakken voor de kernvakkenregel staat wiskunde genoemd. Dit kan zijn: wiskunde A, wiskunde B of op het vwo ook wiskunde C. Het vak wiskunde D telt niet mee voor de kernvakkenregel.
Wie op havo het profiel C&M doet, hoeft geen wiskunde in zijn pakket te hebben. Dan geldt de kernvakkenregel dus alleen voor Nederlands en Engels. Maar hoe zit het dan als je tóch wiskunde A of wiskunde B doet in je C&M-profiel? Dan telt wiskunde gewoon mee voor de kernvakkenregel. Tenzij het een extra vak is; dan geldt de standaardregel dat het extra vak niet meetelt voor de uitslag als je door het niet meetellen kunt slagen.

Het combinatiecijfer. Wat is dat?
Het combinatiecijfer is het gemiddelde van een aantal ‘kleine’ vakken. Het is een van de cijfers bij de vierde uitslagregel, zie hierboven. Voorbeelden zijn maatschappijleer, het profielwerkstuk, algemene natuurwetenschappen op het vwo en een aantal keuzevakken. Deze vakken hebben alleen een schoolexamen en geen centraal examen.
Welke onderdelen meewegen in het combinatiecijfer legt de school vast in het examenreglement en het programma van toetsing en afsluiting. Het combinatiecijfer weegt niet mee bij de berekening van het gemiddelde van de centraal examencijfers (dat ten minste een 5,5 moet zijn). Het combinatiecijfer mag niet het cijfer 3 of een lager cijfer zijn. Ook de afzonderlijke onderdelen van het combinatiecijfer mogen geen 3 of een lager cijfer zijn.

Doe je examen in een extra vak?
Je kunt niet zakken op een onvoldoende voor een extra vak.

Vooraf kiezen op het vwo: gymnasium of atheneum.
Bij het inleveren van de schoolexamencijfers, voor de aanvang aanvang van het centraal examen, kiest de kandidaat definitief voor welk examen hij opgaat: gymnasium of atheneum. Kiest de kandidaat op dat moment voor gymnasium en slaagt hij niet voor het gymnasium, dan kan de kandidaat na vaststelling van de uitslag niet alsnog een vwo-(atheneum-)diploma krijgen.